Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eisende partij,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
€ 437,50.
Rechtbank Den Haag
Eisende partij heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 7 september 2021. Op 19 april 2024 heeft de staatssecretaris alsnog het besluit genomen om de asielaanvraag in te willigen. De rechtbank heeft de eisende partij verzocht te reageren op dit besluit, maar deze heeft geen reactie gegeven.
De rechtbank oordeelt dat het belang bij het beroep is komen te vervallen nu het besluit is genomen en het beroep mede betrekking heeft op dit besluit. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Wel wordt de eisende partij een proceskostenvergoeding toegekend, omdat de staatssecretaris niet tijdig heeft beslist en pas na ingebrekestelling en beroep een besluit heeft genomen.
De proceskostenvergoeding bedraagt €437,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €875,- en een wegingsfactor van 0,5. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 8 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €437,50 aan proceskosten.