ECLI:NL:RBDHA:2024:7051
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 26 april 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat België verantwoordelijk is, aangezien Nederland een verzoek tot terugname aan België heeft gedaan dat op 5 april 2022 is aanvaard. De rechtbank concludeert dat eiser nog steeds procesbelang heeft, ondanks de stelling van de staatssecretaris dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.
Eiser voerde aan dat hem een aanvullende zienswijze had moeten worden gegund en dat de verlenging van de overdrachtstermijn onvoldoende was onderbouwd, maar deze gronden worden verworpen. Ook het betoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt voor België wordt afgewezen, mede gelet op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.