ECLI:NL:RBDHA:2024:7054
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 3 mei 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarbij verzoeker een voorlopige voorziening had gevraagd tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het verzoek hield in dat verzoeker tijdens de behandeling van het beroep in Nederland mocht blijven en opvang zou behouden.
De voorzieningenrechter overwoog dat op dezelfde dag de rechtbank uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.16936), waartegen het verzoek om voorlopige voorziening was gericht. Hierdoor was het verzoek om voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Op grond hiervan werd het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan buiten zitting en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.