ECLI:NL:RBDHA:2024:7054

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 mei 2024
Publicatiedatum
8 mei 2024
Zaaknummer
NL24.16937
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 3 mei 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarbij verzoeker een voorlopige voorziening had gevraagd tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het verzoek hield in dat verzoeker tijdens de behandeling van het beroep in Nederland mocht blijven en opvang zou behouden.

De voorzieningenrechter overwoog dat op dezelfde dag de rechtbank uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.16936), waartegen het verzoek om voorlopige voorziening was gericht. Hierdoor was het verzoek om voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

Op grond hiervan werd het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan buiten zitting en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.16937

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nr.] ,
(gemachtigde: mr. D. de Heuvel),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 16 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen.
Verzoeker heeft beroep (NL24.16936) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat hij tijdens de behandeling van het beroep in Nederland mag blijven en opvang behoudt.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL24.16936 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep waarop dit verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.