ECLI:NL:RBDHA:2024:7069
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning familie- of gezinslid
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen in een besluit van 16 september 2022. Het bezwaar van verzoekster tegen deze afwijzing is eveneens ongegrond verklaard in een besluit van 12 juli 2023. Verzoekster heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en daarbij tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Vervolgens is overwogen dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in een andere zaak met betrekking tot het beroep, is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens is geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.A. Bouter - Rijksen en griffier T.M.M. Plukaard en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.