ECLI:NL:RBDHA:2024:7069

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 april 2024
Publicatiedatum
10 mei 2024
Zaaknummer
NL23.22888
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.A. Bouter - Rijksen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning familie- of gezinslid

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen in een besluit van 16 september 2022. Het bezwaar van verzoekster tegen deze afwijzing is eveneens ongegrond verklaard in een besluit van 12 juli 2023. Verzoekster heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en daarbij tevens een voorlopige voorziening gevraagd.

De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Vervolgens is overwogen dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in een andere zaak met betrekking tot het beroep, is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens is geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.A. Bouter - Rijksen en griffier T.M.M. Plukaard en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.22888

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. D. Schaap),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.T.M. Vroom-van Berckel).

Procesverloop

Met het besluit van 16 september 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam]’ afgewezen.
Met het besluit van 12 juli 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en om een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en overweegt daartoe het volgende.
2. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.22887, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.M.M. Plukaard, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.