ECLI:NL:RBDHA:2024:7073

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 april 2024
Publicatiedatum
10 mei 2024
Zaaknummer
NL23.15605
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.A. Bouter - Rijksen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening in zaak uitstel van vertrek vreemdeling

Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke door verweerder is afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het beroep ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde deze uitspraak en beval een hernieuwd besluit. Verweerder handhaafde de afwijzing op basis van nieuw medisch advies. Verzoekster stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is zolang de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan in een gerelateerde zaak, is de voorlopige voorziening niet meer mogelijk en wordt het verzoek afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.15605

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. W.C. Boelens),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: [naam]).

Procesverloop

Bij besluit van 18 december 2019 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen.
Bij besluit van 10 september 2020 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank Den Haag, deze zittingsplaats, heeft op 10 juni 2022 het beroep ongegrond verklaard. Op 24 augustus 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) de uitspraak van de rechtbank vernietigd en verweerder opgedragen om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak.
Met het besluit van 25 mei 2023 (het bestreden besluit) is verweerder, nu op grond van een nieuw advies van het Bureau Medische Advisering (het BMA) van 27 januari 2023 (het BMA-advies), bij zijn afwijzing van de aanvraag van verzoekster gebleven. Verzoekster heeft beroep ingesteld en om een voorlopige voorziening verzocht.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en overweegt daartoe het volgende.
2. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.15604, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.M.M. Plukaard, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.