Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker], verzoeker,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018,
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 19 januari 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen hebben verzoekers beroep ingesteld bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorzieningen op 22 maart 2024 samen met andere gerelateerde zaken. Gezien de beslissing op de hoofdberoepen, waarbij de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed, achtte de voorzieningenrechter voorlopige voorzieningen niet meer mogelijk.
Daarom werden de verzoeken om voorlopige voorzieningen afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.A. Bouter - Rijksen en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen omdat de hoofdberoepen reeds zijn beslist.