ECLI:NL:RBDHA:2024:7098
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht minderjarige asielzoeker aan Duitsland
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verzoeker stelt minderjarig te zijn en overlegt een individueel uittreksel met geboortedatum 2006 ter onderbouwing.
De staatssecretaris baseert zich op schouwrapporten van AVIM en IND die verzoeker als meerderjarig inschatten, mede vanwege verklaringen en een briefje met geboortedatum 2005. De IND concludeert dat het overgelegde individueel uittreksel hoogstwaarschijnlijk echt is, maar kan de juistheid van de inhoud niet bevestigen.
De rechtbank oordeelt dat het individueel uittreksel onvoldoende is om de meerderjarige geboortedatum te verwerpen en staat verzoeker toe meer documenten te overleggen. Gezien het verstrijken van de overdrachtstermijn op 27 mei 2024 wordt het bestreden besluit geschorst en mag verzoeker niet aan Duitsland worden overgedragen totdat op het beroep is beslist.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat verzoeker zelf verantwoordelijk is voor het aantonen van zijn minderjarige leeftijd en hij de aanvullende documenten nog niet heeft overgelegd.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Duitsland geschorst totdat op het beroep is beslist.