ECLI:NL:RBDHA:2024:7128
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling wegens intrekking beroep tijdelijke bescherming
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris waarbij het recht op tijdelijke bescherming werd beëindigd per 4 september 2023. Verzoeker trok vervolgens het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in. De rechtbank constateerde dat de staatssecretaris verzoeker tegemoet was gekomen door te bevestigen dat het recht op tijdelijke bescherming niet op genoemde data was geëindigd.
Op grond hiervan veroordeelde de rechtbank de staatssecretaris tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank zag geen aanleiding tot het houden van een zitting en maakte de uitspraak openbaar bekend op 1 mei 2024.
De uitspraak betreft een proceskostenveroordeling in het bestuursrechtelijke kader van het vreemdelingenrecht, waarbij de intrekking van het beroep en de tegemoetkoming van het bestuursorgaan centraal stonden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker van € 875,-.