ECLI:NL:RBDHA:2024:7129
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep tijdelijke bescherming
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om het recht op tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023. Dit beroep werd op 16 februari 2024 ingetrokken, mede omdat de staatssecretaris de gevolgen van het besluit voor vergelijkbare vreemdelingen had bevroren. Verzoeker verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bevriezing van het besluit de gevraagde voorlopige voorziening vormde en dat de intrekking van het beroep gerechtvaardigd was. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker.
De proceskosten werden vastgesteld op een vast bedrag van € 875,-, gebaseerd op de inzet van een professionele rechtsbijstandverlener. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, omdat geen verzet of hoger beroep mogelijk is.
Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.