ECLI:NL:RBDHA:2024:7160

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 mei 2024
Publicatiedatum
13 mei 2024
Zaaknummer
NL23.33328
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak met proceskostenvergoeding

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 22 maart 2022. Na bezwaar heeft de staatssecretaris op 18 oktober 2023 het besluit gehandhaafd. Verzoekster stelde beroep in tegen deze afwijzing en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 31 januari 2024. Omdat de rechtbank op 10 mei 2024 uitspraak deed op het beroep, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af.

Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €1750,-, vanwege het indienen van het verzoekschrift en de verschijning ter zitting. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.33328

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. J.M. Bell),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).

Inleiding

1.1.
De staatssecretaris heeft de aanvraag met het besluit van 22 maart 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 oktober 2023 op het bezwaar van verzoekster is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.28659, op 31 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, haar gemachtigde en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Omdat het beroep gegrond is krijgt verzoekster ook een vergoeding voor haar proceskosten. De staatssecretaris moet dit betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1750,- omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoekschrift heeft ingediend en ter zitting is verschenen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de staatssecretaris om de proceskosten van verzoekster te vergoeden tot een bedrag van € 1750,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Schuiling, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.