Partijen zijn in 2014 in Nederland getrouwd zonder huwelijkse voorwaarden en hebben twee dochters. Tijdens het huwelijk woonden zij in verschillende landen, waaronder Nederland, Oman en Zweden. De man diende in 2020 een echtscheidingsverzoek in bij de Zweedse rechtbank, die in 2021 de echtscheiding uitsprak. Partijen wonen nu in Nederland.
De rechtbank onderzoekt haar bevoegdheid en het toepasselijke recht op het huwelijksvermogensregime. Gezien het internationale karakter en de woonplaatsen van partijen is de Nederlandse rechter bevoegd en is Nederlands recht van toepassing, omdat het huwelijksvermogensregime het nauwst verbonden is met Nederland.
De vrouw vordert onder meer de verdeling van het huwelijksvermogen, benoeming van een deskundige en afgifte van bepaalde stukken. De rechtbank wijst de meeste vorderingen tot overleg van stukken af, behalve inzake pensioenoverzichten en aangiften inkomstenbelasting. De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vindt plaats op basis van de peildatum 3 april 2020, waarbij de man de saldi van bankrekeningen in Zweden en Duitsland krijgt en de vrouw de Nederlandse bankrekening. De man moet aan de vrouw een bedrag betalen wegens overbedeling. Proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.