ECLI:NL:RBDHA:2024:7209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak Dublin-verordening asielaanvraag
Verzoeker, een Gambiaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag op 20 maart 2024 niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet nodig is, omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan over het beroep zelf in een gerelateerde zaak.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld.