ECLI:NL:RBDHA:2024:7233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis aan een referent. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 2 december 2022, waarna verweerder de beslistermijn van 90 dagen verlengde met drie maanden, waardoor uiterlijk op 1 juni 2023 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiseres stelde verweerder op 2 juni 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 15 augustus 2023 het beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders, legt de rechtbank een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van dwangsommen.