ECLI:NL:RBDHA:2024:7258
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft beslist.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d van de Awb een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Deze termijn is gebaseerd op de omstandigheden dat verweerder de aanvraag wel heeft ontvangen maar nog niet inhoudelijk heeft beoordeeld. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor het geval de termijn wordt overschreden.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is openbaar gemaakt en bevat een verwijzing naar de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen.