AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens afgewezen verblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 4 augustus 2023 is afgewezen. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt. Verzoekster heeft vervolgens bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen zolang het bezwaar nog niet is behandeld.
De Staatssecretaris heeft bij brief van 3 mei 2024 laten weten zich niet te verzetten tegen de toewijzing van deze voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet geen beletselen om het verzoek toe te wijzen en baseert zich op artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht, dat voorziet in voorlopige voorzieningen bij spoedeisende belangen.
De voorzieningenrechter beveelt de Staatssecretaris zich te onthouden van uitzetting of voorbereidingen daartoe totdat op het bezwaar is beslist. Daarnaast wordt de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van € 875,-, gebaseerd op het Besluit Proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt toegewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.22505
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], V-nummer: [vnummer], verzoekster
(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
In het besluit van 4 augustus 2023 (primaire besluit) heeft verweerder verzoeksters aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.
Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij verzoekschrift van 4 augustus 2023 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist.
Bij brief van 3 mei 2024 heeft verweerder de rechtbank bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.
Overwegingen
Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, zal worden beslist als hierna aangegeven.
Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten van deze procedure. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit Proceskosten bestuursrecht voor de door de derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek toe;
gebiedt verweerder om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoekster en van voorbereidingen tot zodanige maatregelen, totdat op het bezwaar is beslist;
veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 875-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van B.A. van der Wiel griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.