ECLI:NL:RBDHA:2024:7367
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-tijdig beslissen op asielaanvraag door verlengde beslistermijn
Eiseres heeft op 22 september 2022 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Verweerder heeft op 9 november 2022 een verzoek tot overname ingediend bij Polen, dat op 22 november 2022 werd geaccepteerd. Op 2 februari 2023 trok verweerder dit verzoek in en nam de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de aanvraag over. Hierdoor begon de beslistermijn van zes maanden op die datum te lopen.
Echter, sinds 27 januari 2023 is het besluit WBV 2023/3 van kracht, dat de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend vanaf 1 januari 2023 met negen maanden verlengt. Dit betekent dat verweerder uiterlijk op 2 mei 2024 op de aanvraag moet beslissen. Eiseres stelde verweerder op 6 september 2023 prematuur in gebreke, waardoor het beroep niet aan de voorwaarden voldoet.
De rechtbank volgt het standpunt van verweerder en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn terecht is toegepast. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend door de verlengde beslistermijn.