ECLI:NL:RBDHA:2024:7374
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn vreemdelingenrecht
Verzoekster is op 25 oktober 2023 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Op 26 januari 2024 heeft verweerder alsnog de aanvraag ingewilligd, waarna verzoekster het beroep heeft ingetrokken en proceskostenvergoeding heeft gevorderd.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dit niet noodzakelijk was. Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelt dat verzoekster recht heeft op een vergoeding van € 437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en rekening houdend met de inschakeling van een professionele hulpverlener en de beperkte aard van de zaak.
Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoekster vergoeden. Er zijn geen verdere kosten toegekend. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van het genoemde bedrag aan verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskostenvergoeding aan verzoekster.