ECLI:NL:RBDHA:2024:7399
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij verlenging beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft op 26 juni 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft de beslistermijn op grond van het besluit WBV 2023/3 met negen maanden verlengd, omdat sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor moest verweerder uiterlijk op 26 september 2024 beslissen.
Eiser betwist deze verlenging en stelt dat de ingebrekestelling van 19 januari 2024 niet prematuur was. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is geoordeeld dat de verlenging terecht is toegepast. Hierdoor is de ingebrekestelling te vroeg ingediend en voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Er is geen zitting gehouden omdat partijen hiermee instemden. Eiser kan binnen vier weken in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken.