ECLI:NL:RBDHA:2024:7407
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2024 behandeld en eiser was niet aanwezig.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Duitsland en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De Duitse autoriteiten hebben toegezegd de asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen en zich te houden aan Europese richtlijnen. Eiser kan klachten indienen bij Duitse autoriteiten indien hij problemen ondervindt.
Verder heeft eiser aangevoerd dat op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de staatssecretaris zijn aanvraag aan zich had moeten trekken vanwege zijn huwelijk met een persoon in Nederland en de opvangsituatie in Duitsland. De rechtbank stelt vast dat de gezinsband onvoldoende is onderbouwd en dat de omstandigheden in Duitsland niet zodanig zijn dat overdracht onevenredig hard is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vordering af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.