ECLI:NL:RBDHA:2024:741
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en oplegging inreisverbod
Verzoeker heeft een opvolgende aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De rechtbank heeft het beroepschrift op 9 januari 2024 behandeld, waarbij zowel verzoeker als de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig waren. Op de zitting is tevens het verzoek om voorlopige voorziening besproken.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank op hetzelfde moment uitspraak heeft gedaan op het beroep, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Sibma en griffier M.J. Tijnagel, en is geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het afwijzingsbesluit en het inreisverbod is afgewezen.