ECLI:NL:RBDHA:2024:7427
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening plaatsing asielzoeker in opvanglocatie
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening van een asielzoeker die op 12 april 2024 door het COa in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen is geplaatst en een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd kreeg door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De verzoeker heeft tegen beide besluiten beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om terug te keren naar de opvang in Heerhugowaard of een opvang dichter bij zijn werk.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, Awb een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Nu de onderliggende beroepen gegrond zijn verklaard in een uitspraak van dezelfde dag, is er geen noodzaak meer voor een voorlopige voorziening.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de onderliggende beroepen gegrond zijn verklaard.