ECLI:NL:RBDHA:2024:7428
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser, van Eritrese nationaliteit, werd op 19 februari 2024 geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen na een ernstig incident op 16 februari 2024 waarbij hij onder invloed van alcohol fysiek en verbaal agressief was tegen medewerkers van het COa, Trigion en de politie. Het COa en de staatssecretaris legden een vrijheidsbeperkende maatregel op ter handhaving van de openbare orde.
Eiser stelde dat hij een alcoholprobleem heeft en dat plaatsing in de HTL onrechtmatige vrijheidsbeneming is, verwijzend naar het FMS-arrest en het EVRM. Hij voerde tevens aan dat de medische contra-indicaties onvoldoende waren onderzocht en dat hij zich inmiddels had aangepast.
De rechtbank oordeelde dat het COa voldoende gemotiveerd en zorgvuldig had gehandeld, dat het incident met grote impact was en dat er geen sprake was van vrijheidsontneming maar van vrijheidsbeperking. De medische situatie was adequaat beoordeeld, en eiser had onvoldoende individuele omstandigheden aangevoerd voor schending van artikel 3 en Pro 8 EVRM.
Gelet op de feiten en het ontbreken van een ROV-maatregel, wees de rechtbank het beroep tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel is ongegrond verklaard.