ECLI:NL:RBDHA:2024:7436

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2024
Publicatiedatum
17 mei 2024
Zaaknummer
NL24.6552
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:15 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening in verblijfsvergunningzaak

Verzoekster had een aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend, die buiten behandeling werd gesteld wegens het niet betalen van leges. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.

Verweerder herzag het besluit en verklaarde het bezwaar gegrond op basis van nieuwe feiten die pas in de bezwaarfase bekend werden. Verzoekster trok daarop het verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg om vergoeding van proceskosten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het intrekken van het verzoek niet neerkomt op een tegemoetkomen in de zin van de Awb, omdat de herroeping van het besluit gebaseerd was op nieuwe feiten en niet op onrechtmatig handelen van verweerder. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen onrechtmatigheid aan verweerder is toe te rekenen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.6552

uitspraak van de voorzieningenrechter

[Naam], verzoekster

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.G. Meyboom-de Jong).

Procesverloop

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft verweerder de aanvraag voor een verblijfsvergunning buiten behandeling werd gesteld, omdat de leges niet zijn betaald.
Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om te bepalen dat zij niet wordt uitgezet totdat op het bezwaar is beslist.
Verweerder heeft bij besluit van 28 maart 2024 het bezwaar van verzoekster gegrond verklaard. Verzoekster heeft het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en daarbij het verzoek gedaan om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten
In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op dat verzoek. [1]

Overwegingen

1. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek is ingetrokken en dat verzoekster tegelijk met de intrekking van het verzoek heeft verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.
3. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling, omdat er op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb geen sprake is van een onrechtmatigheid die aan verweerder te wijten is. Volgens verweerder is verzoekster meerdere keren in de gelegenheid is gesteld om de leges te betalen of om te informeren waarom dit bedrag telkens retour is gekomen. Dit heeft verzoekster niet gedaan. Pas in de bezwaarfase is het voor verweerder bekend geworden dat de leges niet zijn betaald, omdat dit bedrag telkens retour is gekomen. Ten tijde van de aanvraag voldeed verzoekster nog niet aan alle vereisten. Dit is niet te wijten aan het onrechtmatig handelen van verweerder.
4. Nu verweerder bij besluit van 28 maart 2024 heeft aangegeven dat het besluit is herroepen vanwege feiten die pas in de bezwaarfase bekend zijn geworden en verzoekster dit niet heeft bestreden, is de voorzieningenrechter van oordeel dat geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.