ECLI:NL:RBDHA:2024:7442

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2024
Publicatiedatum
17 mei 2024
Zaaknummer
NL23.16959
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens ontbreken bestreden besluit

Eiser heeft op 9 juni 2023 beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit en inreisverbod. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De rechtbank constateert dat eiser geen kopie van het bestreden besluit heeft bijgevoegd bij het beroepschrift. Na een herstelverzoek op 12 juni 2023 heeft eiser binnen de gestelde termijn van vier weken geen kopie aangeleverd noch een verontschuldiging gegeven voor dit verzuim. Hierdoor is onduidelijk tegen welk besluit het beroep is gericht.

Gezien het ontbreken van het bestreden besluit en het uitblijven van een verontschuldiging, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.16959

uitspraak van de enkelvoudige kamer

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M.K. Bhadai),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

1. Eiser heeft op 9 juni 2023 beroep ingesteld tegen een aan hem opgelegd terugkeerbesluit en inreisverbod.
1.1.
In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep dat eiser heeft ingesteld. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank – na een herstelmogelijkheid – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Heeft eiser tijdig een kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd?
4. De rechtbank stelt vast dat eiser geen kopie van het bestreden besluit heeft overgelegd. De rechtbank heeft eiser in haar bericht van 12 juni 2023 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Eiser heeft binnen die termijn geen kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd. Het is niet duidelijk geworden tegen welk besluit het beroep is gericht.
Is het niet tijdig insturen van een kopie van het bestreden besluit verontschuldigbaar?
5. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.