ECLI:NL:RBDHA:2024:7461
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing derde asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid bekering tot agnosticisme
Eiser, van Iraanse nationaliteit, diende op 24 oktober 2022 zijn derde asielaanvraag in met het argument dat hij afvallig is en zich tot agnosticisme heeft bekeerd. Verweerder wees de aanvraag op 28 februari 2024 af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk agnostisch is. De rechtbank behandelde het beroep op 11 april 2024 en concludeerde dat het beroep ongegrond is.
De rechtbank oordeelde dat eiser wisselende verklaringen gaf over zijn geloof in het bestaan van God en onvoldoende inzicht gaf in zijn persoonlijke beleving en de rol van media bij zijn bekering. Ook had hij weinig kennis van het agnosticisme en onvoldoende onderzoek gedaan. De rechtbank verwierp het argument dat afvalligheid als zelfstandig relevant element had moeten worden beoordeeld, omdat sprake was van een bekering naar agnosticisme en niet van twee duidelijk te onderscheiden fasen.
Verweerder had de geloofwaardigheid van de bekering tot agnosticisme terecht beoordeeld als onvoldoende, mede vanwege de wisselende verklaringen van eiser en het ontbreken van concrete toelichting op de invloed van media en gesprekken met vrienden. Omdat het een opvolgende asielaanvraag betrof en niet niet-ontvankelijk was verklaard, was afwijzing als kennelijk ongegrond terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar Iran.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de derde asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van de bekering tot agnosticisme wordt ongegrond verklaard.