ECLI:NL:RBDHA:2024:7499
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na niet tijdig beslissen op asielaanvragen
Verzoekers, familieleden bestaande uit een grootvader, vader en zoon, hebben elk afzonderlijk beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 10 september 2022. Nadat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid alsnog op 12 februari 2024 hun aanvragen heeft ingewilligd, trokken verzoekers hun beroepen in en verzochten zij om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris aan de beroepen tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen tijdens de beroepsprocedure. Partijen verschillen van mening over de hoogte van de proceskostenvergoeding. Verweerder stelt dat slechts één punt met halve weging voor drie samenhangende zaken moet worden vergoed, terwijl verzoekers een vergoeding per zaak eisen.
De rechtbank oordeelt dat de drie zaken samenhangend zijn omdat dezelfde gronden, dezelfde gemachtigde, gelijktijdige indiening en behandeling gelden. Daarom wordt de vergoeding als één zaak vastgesteld. De rechtbank bepaalt de proceskosten op € 437,50, zijnde één punt met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de beroepen (alleen niet tijdig beslissen).
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van deze proceskostenvergoeding aan verzoekers. De uitspraak is gedaan door rechter V.A.G. van Dijk en openbaar gemaakt op 17 mei 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten voor de drie samenhangende zaken.