ECLI:NL:RBDHA:2024:7506
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser werd op 20 maart 2024 door het COa geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen na een incident waarbij hij een brandende prullenbak in zijn kamer had aangestoken, wat leidde tot rookontwikkeling en paniek onder bewoners. De staatssecretaris legde daarop een vrijheidsbeperkende maatregel op, gebaseerd op het plaatsingsbesluit.
Eiser voerde aan dat hij acute psychiatrische problematiek heeft, waarvoor hij medicatie kreeg en dat plaatsing in de HTL niet passend zou zijn. Hij stelde dat de brand niet door hem was veroorzaakt en dat een plaatsing in een intensief begeleidende opvang (IBO) of het Centrum voor Transculturele Psychiatrie een betere optie zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het COa terecht en zorgvuldig had besloten tot plaatsing in de HTL vanwege het onaanvaardbare gedrag van eiser met grote impact. Er was geen sprake van een psychotische toestand tijdens het incident die hem ontoerekeningsvatbaar zou maken. De GZA had bovendien geen medische belemmeringen voor de plaatsing geconstateerd en er was geen beschikbare plek op een IBO-locatie.
De rechtbank stelde vast dat het ging om vrijheidsbeperking en niet om vrijheidsontneming, en dat eiser geen individuele omstandigheden had aangevoerd die een schending van artikel 3 of Pro 8 EVRM aannemelijk maakten. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep tegen zowel het plaatsingsbesluit als de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel is ongegrond verklaard.