Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2024 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
(27 juni 2023) kan worden gevolgd.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, werkzaam als assistent intake en service bij de Nationale Politie, meldde zich ziek met diverse lichamelijke en psychische klachten. Na meerdere medische en arbeidskundige onderzoeken stelde het UWV vast dat zij meer arbeidsgeschikt was dan voorheen, wat leidde tot een verlaging van haar WIA-uitkering van 45-55% naar 35-45% per 1 januari 2023. Na bezwaar werd dit besluit aangepast tot verlaging per 27 juni 2023.
Eiseres voerde aan dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende waren vertaald, met name ten aanzien van haar nekhernia, medicijngebruik en fysieke beperkingen. Zij verzocht om benoeming van een deskundige voor aanvullend medisch onderzoek. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de verzekeringsarts b&b de beperkingen adequaat had herbeoordeeld en dat er geen nieuwe medische informatie was die twijfel rechtvaardigde.
De arbeidsdeskundige b&b concludeerde dat eiseres geschikt was voor meerdere functies binnen haar beperkingen. De rechtbank vond de onderbouwing van deze functies begrijpelijk en passend binnen de vastgestelde belastbaarheid. De stelling van eiseres dat zij de functies niet kan verrichten werd verworpen omdat dit neerkwam op een betwisting van de FML, waarvan de rechtbank de juistheid aannam.
Ten aanzien van de indexering van het maatmaninkomen volgde de rechtbank de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en zag geen aanleiding tot een nieuwe indexering. De rechtbank concludeerde dat de verlaging van de WIA-uitkering terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlaging van de WIA-uitkering per 27 juni 2023.