ECLI:NL:RBDHA:2024:7541
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing inreisverbod na overschrijding Schengenvisum
Eiser, een Braziliaanse nationaliteit, kreeg een inreisverbod van één jaar opgelegd vanwege het overschrijden van de vrije termijn van zijn Schengenvisum. Hij betwistte dit besluit en voerde aan dat er een rekenfout was gemaakt bij de bepaling van de overschrijding. Tevens stelde hij dat vanwege humanitaire redenen, namelijk zijn relatie met een partner die hem mist en met hem in Portugal wil samenwonen, het inreisverbod niet had moeten worden opgelegd.
De rechtbank behandelde het beroep in twee zittingen. Tijdens de tweede zitting trok eiser zijn betoog over de rekenfout in, waardoor het geschil zich beperkte tot de vraag of verweerder vanwege humanitaire redenen van het inreisverbod had moeten afzien.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat er sprake was van bijzondere of schrijnende persoonlijke omstandigheden die het opleggen van het inreisverbod zouden moeten verhinderen. De enkele stelling dat zijn partner hem mist en zij samen willen zijn, is onvoldoende. Ook werd niet aangetoond dat er sprake is van een duurzame en exclusieve relatie. Daarom bleef het inreisverbod van kracht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het eenjarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.