ECLI:NL:RBDHA:2024:7546
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep terugkeerbesluit zonder schriftelijke machtiging ongegrond verklaard
Opposant is tegen een terugkeerbesluit met onthouding van een vertrektermijn in beroep gegaan, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat geen schriftelijke machtiging was overgelegd en geen verschoonbare redenen waren aangevoerd voor het ontbreken daarvan.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring stelde opposant verzet in. Tijdens de behandeling van het verzet stelde opposant dat zij de termijn voor het aanleveren van de machtiging verkeerd had geïnterpreteerd en dat zij pas op 9 september 2023 de machtiging kon toesturen vanwege verblijf in het buitenland.
De rechtbank oordeelde dat zelfs bij aanvang van de termijn op 3 augustus 2023, de machtiging uiterlijk 31 augustus 2023 had moeten worden overgelegd. Omdat geen contact met de rechtbank was opgenomen en geen verschoonbare redenen waren aangetoond, ontstond geen twijfel over de uitkomst. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.