ECLI:NL:RBDHA:2024:7588
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige LHBT-claims en dienstplichtvrees uit Algerije
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 26 februari 2024 een opvolgende asielaanvraag in nadat een eerdere aanvraag buiten behandeling was gesteld. Hij vreesde vervolging vanwege dienstplichtweigering en problemen vanwege zijn seksuele geaardheid. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de dienstplichtvrees niet aannemelijk was en de LHBT-gerichtheid en daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig werden geacht.
In beroep stelde eiser dat zijn psychische kwetsbaarheid onvoldoende was meegewogen en dat de ongeloofwaardigheid van zijn LHBT-gerichtheid onterecht was, mede vanwege zijn jonge leeftijd en het taboe in Algerije. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende rekening had gehouden met zijn kwetsbaarheid en dat de ongeloofwaardigheid terecht was vastgesteld op basis van oppervlakkige en tegenstrijdige verklaringen, wisselende opvattingen over terugkeer en eerdere vrijwillige medewerking aan vertrek.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade had aangetoond en dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond was afgewezen wegens frustratie van uitzetting. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag af wegens ongeloofwaardige LHBT-claims en onvoldoende aannemelijke vrees voor dienstplichtvervolging.