ECLI:NL:RBDHA:2024:7650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen op aanvraag vreemdelingenrecht
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Op 7 maart 2024 nam verweerder alsnog een afwijzend besluit. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster het beroep in en verzocht de rechtbank om proceskostenvergoeding.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak kan worden gedaan over het verzoek tot proceskostenveroordeling. Volgens artikel 8:75a Awb kan bij intrekking van het beroep wegens alsnog genomen besluit het bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten.
De rechtbank acht het verzoek kennelijk gegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 437,50. Dit bedrag is vastgesteld volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht en aangepast met een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak. Er zijn geen overige kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier L.M. Kalkman en op 10 mei 2024 openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen.