Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de maatregel en vordert tevens schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 13 mei 2024 behandeld.
De staatssecretaris heeft de bewaring gemotiveerd met het risico dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken en de uitzettingsprocedure zal belemmeren. Hoewel enkele gronden zijn prijsgegeven, blijven de overige zwaarwegende gronden onbetwist en voldoende. Eiser betoogt dat een lichter middel passend zou zijn vanwege zijn zwervend bestaan en gezondheidsklachten, maar de rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat geen minder ingrijpende maatregel doeltreffend is.
Voorts stelt eiser dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend heeft gehandeld door de aanvraag van een laissez passer pas op 10 mei 2024 te doen, terwijl dit al op 2 mei mogelijk was. De rechtbank acht dit niet onrechtmatig omdat het niet aannemelijk is dat dit de uitzetting zou hebben versneld. Ook de aanwijzing van Algerije als uitzettingsland is gerechtvaardigd gezien de nationaliteit van eiser.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.