ECLI:NL:RBDHA:2024:7667
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Staatssecretaris in proceskosten wegens niet-tijdige beslissing asielaanvraag
Verzoeker is op 28 december 2023 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Tijdens de procedure heeft de Staatssecretaris alsnog op 12 februari 2024 een beslissing genomen. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de Staatssecretaris door het alsnog nemen van een beslissing aan verzoeker tegemoet is gekomen. De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris daarom tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dit niet nodig was en oordeelt dat het beroep licht van gewicht was, omdat het enkel ging om de vraag of de beslistermijn was overschreden. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 2 april 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet-tijdige beslissing op de asielaanvraag.