ECLI:NL:RBDHA:2024:7743
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
De eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De reden hiervoor is dat Frankrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
De rechtbank heeft het beroep op 16 mei 2024 behandeld, waarbij de eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk. De eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Frankrijk niet meer aan dit vertrouwensbeginsel voldoet.
De aangehaalde passages uit het AIDA-rapport bieden volgens de rechtbank geen voldoende grond om te concluderen dat asielzoekers in Frankrijk structureel worden geconfronteerd met ernstige materiële deprivatie. Recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigen dit standpunt. Daarnaast is niet aannemelijk gemaakt dat de eiser in Frankrijk een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het Handvest of artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank wijst er verder op dat het aan de eiser is om klachten over de asielprocedure of opvangvoorzieningen in Frankrijk bij de Franse autoriteiten kenbaar te maken. Er is geen reden om aan te nemen dat dit niet mogelijk is. De rechtbank ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.