Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Nigeriaanse nationaliteit hebbende vreemdeling, maakte bezwaar tegen zijn voorgenomen uitzetting naar Nigeria op 18 mei 2024. Hij verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij tijdens de behandeling van het bezwaar zou worden overgedragen. De staatssecretaris had zijn opvolgende asielaanvraag van 5 maart 2022 afgewezen, en dit besluit was door de rechtbank bevestigd. Op 16 mei 2024 werd zijn nieuwe asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat deze enkel was ingediend om de uitzetting te vertragen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de aanvraag niet-ontvankelijk was en dat het bezwaar tegen de feitelijke overdracht geen redelijke kans van slagen had. Omdat het rechtmatig verblijf van verzoeker was beëindigd, kon de voorlopige voorziening niet leiden tot het beoogde resultaat. De beslissing werd genomen zonder zitting vanwege de spoedeisendheid van de zaak.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting wordt afgewezen omdat de asielaanvraag niet-ontvankelijk is verklaard.