ECLI:NL:RBDHA:2024:7812
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroepen tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eisers voerden aan dat zij in Duitsland niet als gezin bij elkaar kunnen blijven en dat hun oudste zoon in Nederland verblijft, wat volgens hen bijzondere omstandigheden vormt voor toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank heeft op 20 februari 2024 de beroepen behandeld waarbij alleen de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig was. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris zijn besluit voldoende heeft gemotiveerd en dat er geen concrete feiten zijn aangevoerd die een afhankelijkheidsrelatie of bijzondere omstandigheden rechtvaardigen. Eisers hebben geen aanvullende onderbouwing gegeven en er is geen reden om hen aanvullend te horen.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat de staatssecretaris de aanvragen buiten behandeling mocht stellen. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan op 27 februari 2024 en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard.