ECLI:NL:RBDHA:2024:7861
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening na uitspraak op beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 4 april 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen stelde verzoeker beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 7 mei 2024, waarbij verzoeker niet aanwezig was, maar de gemachtigde van verweerder wel. Direct na de zitting werd mondeling uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af omdat op hetzelfde moment in de gerelateerde zaak al een uitspraak op het beroep was gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds uitspraak is gedaan.