ECLI:NL:RBDHA:2024:7871
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Frankrijk
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 30 april 2024 behandeld.
Gezien de uitspraak op het beroep in de gerelateerde zaak is de voorlopige voorziening niet langer nodig. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier M.A.W.M. Engels op 7 mei 2024, en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de voorlopige voorziening niet meer nodig is na de uitspraak op het beroep.