ECLI:NL:RBDHA:2024:7875
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning wegens onbekende verblijfplaats eiser
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
Tijdens de zitting op 5 maart 2024 verscheen eiser niet, terwijl zijn gemachtigde wel aanwezig was. De rechtbank werd geïnformeerd dat eiser met onbekende bestemming (MOB) was vertrokken, en dat er geen contact meer met hem was. De gemachtigde gaf aan geen bericht te hebben ontvangen dat eiser de procedure wilde voortzetten, maar kon vanwege geheimhoudingsplicht geen nadere mededelingen doen over contact.
De rechtbank overwoog dat op grond van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het vertrek van een vreemdeling met onbekende bestemming impliceert dat hij geen prijs meer stelt op bescherming, tenzij anders blijkt uit contact via de gemachtigde. Nu geen contact of procesbelang kon worden vastgesteld, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.