ECLI:NL:RBDHA:2024:7876
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublinprocedure Zwitserland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een verwante zaak op 30 april 2024 behandeld.
Naar aanleiding van de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.14901) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier M.A.W.M. Engels op 10 mei 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beoordeeld.