ECLI:NL:RBDHA:2024:7879
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverwijzing naar België
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van het Dublinverdrag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 30 april 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen.
Gezien de uitspraak op het beroep in de gerelateerde zaak is de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 10 mei 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de Dublinverwijzing naar België geldt.