ECLI:NL:RBDHA:2024:7888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet noodzakelijk is en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting hebben verzocht.
De kern van het geschil betreft de vraag of aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep wegens niet tijdig beslissen is voldaan. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een betrokkene eerst schriftelijk een ingebrekestelling sturen aan het bestuursorgaan, waarna pas beroep kan worden ingesteld als na twee weken nog geen besluit is genomen.
Sinds 1 januari 2023 zijn de beslistermijnen voor asielaanvragen verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2023/3. De aanvraag van eiser valt onder dit besluit, waardoor de beslistermijn nog niet was verstreken toen hij de ingebrekestelling indiende. Hierdoor is de ingebrekestelling prematuur en voldoet het beroep niet aan de wettelijke voorwaarden.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 23 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.