ECLI:NL:RBDHA:2024:7891
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepsgronden bij niet in behandeling nemen asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld. Eiser heeft echter geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft hem daarop verzocht deze alsnog binnen een week in te dienen, met de waarschuwing dat het beroep anders niet-ontvankelijk verklaard kan worden.
Eiser heeft de beroepsgronden pas na het verstrijken van de termijn ingediend. De rechtbank oordeelt dat geen verschoonbare reden is gegeven voor deze termijnoverschrijding, aangezien het op de weg van eiser ligt om bereikbaar te zijn voor zijn gemachtigde. De rechtbank ziet daarom aanleiding het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank heeft ook overwogen of bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die niet-ontvankelijkverklaring in de weg staan, zoals bedoeld in het Bahaddar-arrest, maar ziet daarvoor geen aanleiding. Het beroep wordt niet inhoudelijk behandeld en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van beroepsgronden zonder verschoonbare reden.