ECLI:NL:RBDHA:2024:7909
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling en voortvarendheid staatssecretaris
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 28 januari 2024 is opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft deze maatregel reeds meerdere malen getoetst bij eerdere uitspraken in februari, maart en april 2024.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de maatregel sinds het sluiten van het laatste onderzoek op 18 april 2024 nog rechtmatig is. Eiser stelt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend is in het verwijderingsproces, ondanks zijn medewerking en het overleggen van identiteitsdocumenten. De rechtbank oordeelt echter dat de staatssecretaris voldoende voortvarend werkt, mede doordat er na het laatste rappelleren nog vertrekgesprekken zijn gevoerd en het traject afhankelijk is van medewerking van buitenlandse autoriteiten.
Daarnaast voert eiser aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast vanwege zijn persoonlijke omstandigheden in Spanje, waaronder een zwangere vriendin en een lopende verblijfsvergunningaanvraag. Deze grond is reeds eerder beoordeeld en leidt niet tot een ander oordeel.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van eerdere rechtmatigheidsbeoordelingen en verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.