Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Kroatië verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de bodemzaak behandeld op 5 maart 2024.
Op 30 april 2024 heeft de rechtbank uitspraak gedaan dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is gezien de bodemzaak is behandeld. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Wel veroordeelt de voorzieningenrechter de verweerder tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.M. Vollebregt-Kuipers en griffier M.A.W.M. Engels, en is uitgesproken in het openbaar. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875,-.