ECLI:NL:RBDHA:2024:7946
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en is tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 5 maart 2024 behandeld.
De rechtbank heeft bij uitspraak in de gerelateerde zaak geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.M. Vollebregt-Kuipers en griffier M.A.W.M. Engels op 4 april 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.