ECLI:NL:RBDHA:2024:7966
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Kroatië volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 5 maart 2024 behandeld.
Naar aanleiding van de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.5216) was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.M. Vollebregt-Kuipers en griffier M.A.W.M. Engels op 1 mei 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.