Verzoekster heeft een aanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 4 juli 2022 is afgewezen. Na bezwaar op 29 januari 2024 bleef de staatssecretaris bij deze afwijzing. Verzoekster stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 5 april 2024. Omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af.
Verder werd bepaald dat de staatssecretaris het griffierecht van verzoekster moet vergoeden en een proceskostenvergoeding van €1.750,- moet betalen vanwege het ingediende verzoekschrift en de zitting.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter V.A.G. van Dijk en griffier M.J.C. ten Hoopen en is openbaar gemaakt op 27 mei 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.