ECLI:NL:RBDHA:2024:8018
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beslissing op beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 2 april 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om de afwijzing te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 2 mei 2024 behandeld, samen met een gerelateerde zaak. Op dezelfde dag is ook uitspraak gedaan op het beroep zelf (zaaknummer NL24.14836). Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier S. van den Broek, en is uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag al uitspraak is gedaan op het beroep.